
In het AI-tijdperk
heeft unieke
journalistiek de meeste kans
De industriële revolutie, de opkomst van de auto als massaproduct, de digitalisering en nu AI: verandering gaat altijd met grote schokken gepaard. Geen paniek, we kunnen ook deze nieuwe technologie omarmen en er meerwaarde aan geven.
Journalistiek jaarverslag
C
hat is de nieuwe huisvriend. Hoewel ‘chat soms uit zijn nek lult’. Bij studie, vakantieplanning, relatieproblemen, marketingstrategie. En aan de ontbijttafel. Gebruiken alleen Nederlanders een kaasschaaf? Welnee, zegt chat. Ze hebben hem in Noorwegen zelfs uitgevonden, in 1925: de Ostehøvel. Bestaat dat Noorse woord nou, of hallucineert hij?
Uit zijn nek of niet, de mensen omarmen de nieuwe technologie in razendsnel tempo. Het is nu eenmaal prettiger om meteen een antwoord te krijgen dan zelf te moeten zoeken in een verzameling artikelen. Kan onze interactie met informatie nog makkelijker, directer en persoonlijker? Dan gebeurt het ook, en snel.
Journalisten, nog druk bezig hun werk aan te passen aan smartphone en sociale media, staan alweer voor een nieuwe vraag, en een nogal existentiële ook: als de omgang van mensen met informatie via AI-assistenten zal lopen, hoe gaan die mensen dan nieuws tot zich nemen? Jongeren gebruiken AI-chatbots nu al in toenemende mate voor nieuws.
Gaan mensen met hun bril praten? Komen ze nog wel bij ons? Dat weet nog niemand. Maar je kunt wel met zekerheid vaststellen dat alles weer anders wordt. En dat redacties zichzelf dus weer opnieuw zullen moeten uitvinden.
De schok is potentieel even groot als die in de jaren negentig, toen het internet voor het eerst een serieuze nieuwsbron werd. Kranten wisten zich geen raad. Een paar digitale pioniers bedachten dat als je altijd online kunt zijn, je ook op ieder moment nieuws wilt kunnen lezen.
Er komt nieuwe concurrentie aan
NU.nl nestelde zich snel in de nieuwsgewoonten van de Nederlanders. De kranten verloren veel van hun primaire nieuwsfunctie en schoven op: meer verdieping, kwaliteit en persoonlijkheid, zoals eerder vooral de weekbladen deden.
Dat werkte goed. De goeroes voorspelden rond 2000 dat kranten snel zouden verdwijnen. Maar de behoefte aan goede journalistiek bleef. Traditionele nieuwsmedia leerden die te maken, verspreiden en verkopen met de nieuwe technologische mogelijkheden.
Nu is het weer een soort NU.nl-moment. Met een paar goede prompts kun je zo een redactie nabouwen en nieuws publiceren. Techbedrijven kunnen dat ook inbouwen in hun apps en sites. Er komt nieuwe concurrentie aan.
Van de vorige schok kunnen we drie dingen leren:
- We hoeven niet in paniek te raken.
- We moeten ons de nieuwe technologie en de nieuwe distributie die daarbij hoort eigen maken.
- We moeten ons richten op de meerwaarde die we kunnen bieden.











1
Geen paniek
Om bij het eerste te beginnen: doemscenario’s over ons nieuws-ecosysteem klinken overal. Er is ook nogal wat aan de hand. Als mensen vooral sociale media consumeren, en als die media door hun verdienmodel verwarring over de waarheid, bubbelvorming en polarisatie bevorderen, ontwricht dat onze democratie. Dat kunnen we dagelijks in het nieuws waarnemen. Als door AI opnieuw grote techbedrijven er met de interactie en winst vandoor gaan, parasiterend op ons werk, kan de onafhankelijke journalistiek ernstig in de verdrukking komen.
Maar ik blijf optimistisch. Mensen blijven behoefte hebben aan juiste informatie, aan zelf denken, aan inspiratie. Dat zie je ook op die vermaledijde sociale media gebeuren, met onderzoeksjournalistieke video’s en lange podcastgesprekken die heel veel nieuw publiek aantrekken Ook beginnen samenleving en politiek de uitwassen van het smartphonetijdperk tegen te gaan.
Nieuwe technologie leidt aanvankelijk tot een explosie van gebruik en commercie, dan worden de kwalijke gevolgen zichtbaar en dammen mensen de technologie in. Dat zag je met de industriële revolutie, maar ook met de opkomst van de auto als massaproduct. Het aantal doden door autoverkeer piekte in Nederland in 1970. Toen kwamen gordels, helmen, kreukelzones, rotondes, fietspaden en bewustzijn over dingen als dronken rijden. Nu zijn er meer dan vier keer zoveel auto’s maar veel minder doden. Zo gaan we ook leren leven met sociale media en met AI.
2
Omarm de nieuwe technologie
Er gaat wel wat veranderen. De nieuwsvoorziening zal persoonlijker worden en nog verder verweven raken met de digitale besturingssystemen die mensen door de dag heen helpen. Dat brengt me bij de tweede les: zoals we nu ongemakkelijk samenleven met sociale media, maar er toch op hebben leren inspelen omdat het nu eenmaal de digitale Kalverstraat is, zo zullen we ons ook moeten verhouden tot de AI-assistenten die eraan komen. Dit wordt een nieuwe toegang tot onze journalistiek.
Uitgevers zijn dan ook druk aan het onderzoeken wat hier de juiste weg voorwaarts is: partnerschap en licentie-overeenkomsten met de grote AI-bedrijven? Moeten we de informatie in onze journalistiek dan beter structureren om die geschikt te maken als grondstof voor AI-vertelvormen? Of juist de juridische strijd aanbinden over het auteursrecht? Of beide?
Een geruststellend idee hierbij: journalistieke inhoud, waarheidsvinding en curatie van wat écht belangrijk is - typisch mensenwerk - blijven uniek en waardevol. Ook voor de techbedrijven. Mensen willen immers kwaliteit en geen onzin van hun pratende bril. Ze willen blijven zien wat volgens journalisten belangrijk is in het nieuws.
Daarnaast moeten we zelf experimenteren met AI-interfaces die de ervaring van onze journalistiek persoonlijker, dieper of gemakkelijker maken. Willen onze bezoekers de verhalen snel of diep, in beeld, audio of tekst? Op een passende manier in plaats van het dwingende one-size-fits-all-artikel? Dat deden we al, bijvoorbeeld met podcasts, maar het is nu veel makkelijker te maken. Er is in de internationale nieuwsbranche al een nieuw buzzword voor: liquid content.

Mensen zullen gewend raken aan een op hen afgestemde ervaring en verwachten het ook van ons
Mensen zullen dus gewend raken aan een op hen afgestemde ervaring en verwachten het ook van ons. Een eerste begin zijn de huidige experimenten op de websites van titels als FT, Washington Post en bij ons HLN. Daarbij kan de lezer verdiepende vragen stellen. AI beantwoordt die uitsluitend op basis van de eigen artikelen van de redactie.
En we zijn druk bezig ons eigen werk te versnellen of te verbeteren met behulp van AI. Journalistiek onderzoek, nieuws vinden in grote datasets, eindredactie, snel samenvattingen of verschillende vormen van hetzelfde verhaal maken: de mogelijkheden zijn groot.
Sommige collega’s maken zich zorgen over die verandering. Ik denk dat dit niet nodig is. De komst van computers en internet was ook ingrijpend. Journalistiek werk is erdoor versneld en veranderd, er zijn nieuwe banen en functies bij gekomen en oude verdwenen. Maar de journalistiek zelf is er alleen maar beter van geworden.

3
Onze meerwaarde ligt in het menselijke
Er is veel dat AI niet kan: feiten achterhalen en vaststellen, informatie lospeuteren door menselijke relaties aan te knopen, empathie voelen, twijfelen en morele afwegingen maken. Echte ziel en menselijkheid in iets leggen.
Die dingen hebben mensen nodig. Als synthetische informatie gewoon en alomtegenwoordig wordt, zoals kraanwater, zal de waarde die het publiek hecht aan menselijke authenticiteit juist toenemen.
Journalisten kunnen die kwaliteit van hun werk veel meer benadrukken dan ze van oudsher geneigd zijn. Door minder afstandelijk en institutioneel over te komen. Door hun eigen persoonlijkheid in de strijd te werpen. Door transparant te zijn over hun afwegingen en werkwijze. Door contact te zoeken met hun publiek.
Daar worden we al beter in. In podcasts, video’s, hosted nieuwsbrieven, social posts, live-optredens en pop-upredacties maken journalisten zichzelf tastbaar, informeler en toegankelijker dan in hun artikelen. Maar er kan nog een flinke schep bovenop. We kunnen iets leren van de jonge ‘newsfluencers’ en onlinejournalisten die op sociale media een nieuwe generatie op de hoogte houden van het nieuws.
Onze journalisten hebben alles in huis om ook influencer te zijn, met goede, geverifieerde informatie. Als we ons die vorm eigen maken, blijven we relevant voor het publiek van de toekomst. En we dragen bij aan de samenleving op een manier die breder wordt waargenomen. Dat hoort bij onze missie: journalistiek is hard nodig als pijler van de democratie, juist in deze woelige tijden.
Daarnaast ligt er een grote kans in een rol die we van oudsher al hebben, maar waar in het AI-tijdperk meer vraag naar zal zijn: verificatie. Als nieuwsbeelden of ophef op sociale media zowel echt als nep kunnen zijn, willen mensen graag weten wat waar is.
Maar we moeten ook actiever najagen wat onze journalistiek bijzonder maakt. Achter het bureau vandaan komen, ter plaatse zijn, met mensen praten, echt contact leggen, verder graven. En daar originele, meeslepende verhalen over vertellen. In het AI-tijdperk heeft unieke journalistiek de meeste kans om overeind te blijven.
Nou, dat komt goed uit. Want het dwingt ons beter te worden in de dingen die ons juist naar de journalistiek hebben getrokken: de wereld ingaan, mensen doorgronden, echte waarheidsvinding. En dan gaan we het ook nog eens losser en persoonlijker vertellen.
Al met al een aantrekkelijk perspectief. Maar het zal alleen lukken als het werk echt goed en echt onderscheidend is. We moeten dus aan de bak.
Philippe Remarque
Directeur Journalistiek
